Online rendement | Haal meer rendement uit…

Jul/14

28

Remarketing voor gevorderden

Deze post is niet voor mensen die nog nooit met remarketing van Adwords hebben gewerkt. Die niet weten wat doelgroepen zijn en die hun remarketingpixel nog moeten implementeren. Deze post is voor mensen die echt next level remarketing willen toepassen. Die ideeën willen krijgen hoe ze in hun eigen business, het maximale uit remarketing kunnen halen.

Iedereen die met remarketing bezig is, doet waarschijnlijk al het volgende:

1. Lijsten opbouwen met alle bezoekers
2. Lijsten opbouwen op basis van pagina bezoeken
3. Lijsten opbouwen van mensen die in de checkout zijn geweest
4. Lijsten opbouwen van mensen die gekocht hebben (om uit te sluiten)
5. Verschillende type doelgroepen gemaakt op basis van die lijsten
6. Per doelgroep andere creatives / landingspagina’s ontwikkeld

Dat is de basis lijk me. Maar dan nu. Wat is de next step en hoe bepaal je die? Voor “advanced remarketing” heb je 2 dingen nodig.

Stap 1: Je technische implementatie van remarketing moet naar een hoger plan worden getild

Wat ik daarmee bedoel? Je hebt een standaard remarketingscript. Het enige dat dat eigenlijk doet is meten op welke pagina’s van je site je bezoeker is geweest. Dat standaard script kun je uitbreiden met custom variabelen. Lees over de implementatie verder op de helppages van Google. Die custom variabelen toevoegen is nog niet zo’n punt. De grote vraag is welke! Je kunt er maximaal 20 doen. In onderstaande lijst staan een aantal algemene voorbeelden.

  • Klant ja/nee
  • Klantnummer
  • Lifetime value
  • Klantregio
  • Geslacht
  • Gezinssamenstelling
  • Nieuwsbrief
  • Site bezocht

Klant ja/nee
Spreekt volgens mij nog redelijk voor zich. Iemand die geen klant is laat je een andere boodschap zien dan iemand die al wel klant is.

Klantnummer
Je zou zeggen, als je weet dat iemand klant is, dan heb je geen klantnummer meer nodig. Maar een klantnummer is wel heel handig om cross device te tracks. Je zou er dus ook voor kunnen kiezen om alleen klantnummer te gebruiken. Iemand heeft alleen een klantnummer als ie klant is. Een klantnummer toevoegen is vaak technisch wat moeilijker dan identificeren of iemand wel of niet klant is.

Lifetime value
Je hoeft hier niet letterlijk Euro’s in te vullen. Maar bepaal bijvoorbeeld groepen. Groep A is 0 Euro uitgegeven / waard. Groep B 1 – 50 Euro, etc. Je kunt je meer loyale klanten, een ander aanbod doen, dan klanten die je nog moet overhalen voor het eerst te kopen.

Klantregio
Relevantie is key. Als je een lokaal aanbod kunt doen, dan ga je een hoger conversieratio halen, dan wanneer je dat niet doet. Zet niet letterlijk in die variabele dat iemand uit Utrecht komt, of postcodegebied 5211. Dat zijn namelijk persoonsgegevens. Maak een koppeltabel. Bijvoorbeeld de top 50 steden van Nederland geef je een cijfer. Dat cijfer geef je mee in de variabele. Zo kun je mensen toch een regioherkenning meegeven, zonder dat je in de problemen komt met het CBP.

Geslacht
Net als bij klantregio zet je, om dezelfde reden, niet letterlijk in de variabele dat het een man of vrouw is, maar 1 of 2. En jij bepaalt natuurlijk aan de achterkant wat wat is. Je zult vast verschillen kunnen vinden tussen hoe verschillend geslacht op boodschappen reageert.

Gezinssamenstelling
Als je weet dat een klant meerdere bewoners in huis heeft, dan kun je daar natuurlijk weer op inspelen met je creatives / landingspagina’s. Als het een man is, dan wil die misschien wel wat voor zijn vriendin / kind kopen. Maar weinig bedrijven houden bij wat de gezinssamenstelling is van hun klantenbase, maar je kunt het opnemen en testen of je verschillende creatives kan bedenken.

Nieuwsbrief
Hoezo nieuwsbrief? Nou, je vult deze waarde bijvoorbeeld met de laatste nieuwsbrief die ze hebben gelezen (geopend). Dat vergt wel een complexe koppeling met je mailsysteem. Of je koppelt het aan de laatste klik op de nieuwsbrief. Dat kun je veel makkelijker meegeven in de landingspagina url. Je weet dan welke nieuwsbrief ze hebben gelezen. Je zou zelfs nog zo ver kunnen gaan dat je het product waar ze op hebben geklikt in de nieuwsbrief meegeeft.

Site bezocht
Dit is een omgekeerde eigenlijk. Je weet wie er al op je site is geweest. En iedereen die er nog niet op is geweest, die behandel je anders. Dus je basic boodschap (met remarketinglists van Adwords) wordt gericht op niet bezoekers. Je kunt de landingspagina / boodschap dan aanpassen. Wat wil je je niet-klanten vertellen? Ik neem aan iets heel anders dan mensen die al klant bij je zijn?

Dit zijn de eerst stappen richting remarketing voor gevorderden. Dit heeft vooral technische implicaties.

Stap 2: Behavioral targeting

In de basis is behavioral  targeting niks meer dan bijhouden welke pagina’s iemand heeft bezocht en op basis daarvan een andere boodschap tonen. Dat deed je al gedeeltelijk door lijsten op te bouwen van welke pagina’s mensen hebben bezocht. Dat gaat van heel simpel: iemand heeft product pagina x bezocht, dus remraketten we met product x in de banner (indien niet gekocht) tot het volgen van klikpaden, het meenemen van time on site, aantal pagina’s bezocht, welke pagina’s niet bezocht zijn, etc.

Wil je naar de volgende stap in remarketing, dan moet je je echt gaan verdiepen in je website en moet je gaan kijken naar het gedrag dat je bezoekers vertonen. Je zult echt even in Analytics moeten graven, om te kijken wat de conversiepaden zijn, wat kenmerken zijn van mensen die kopen en van mensen die niet kopen. Kijk naar:

  • Welke pagina’s bezoekt iemand die converteert vs welke pagina’s iemand heeft bezocht die niet converteert. En welke pagina’s ontbreken dan bij mensen die niet converteren? Wij mensen in je remarketingcampagne op die pagina’s
  • Het is logisch dat iemand die veel pagina’s bezocht heeft, vaker converteert is, dan iemand die minder pagina’s heeft bezocht. Al is het alleen maar omdat de bestelstraat een paar pagina’s telt. Dus wanneer is iemand meer waard voor je?
  • Kijk naar of je verschillen kunt zien tussen LTV van je klanten, of klantsegmenten. Welke overeenkomsten zie je tussen mensen die in je hoogste LTV (Lifetime Value) segment vallen? Hoe zou je die ook kunnen triggeren bij mensen die een stap daaronder in je LTV segment zitten?
  • Punt 1, maar dan anders uitgelegd: wat zijn gemene delers bij mensen die niet kopen? (Dat ze de bestelstraat niet doorlopen, logischerwijs) maar wat voor dingen kun je nog meer zien?
  • Hoe behandel je klanten, waarvan je weet dat ze net de opzegpagina hebben bekeken? Of de upgradepagina, maar niet hebben geüpgraded,
  • Hoe behandel je bezoekers die meerdere productpagina’s hebben bekeken? Hoe weet je welke het meest interessant voor ze was? Kijk bijvoorbeeld naar time on page, waar je triggers in je remarketing voor kunt bouwen. Of kijk naar welke producten ook daadwerkelijk in het winkelmandje zijn geplaatst of waarmee men in het checkoutproces is gestart.

Heb jij nog tips voor of opmerkingen over remarketing voor gevorderden? Laat ze achter in de comments!

No tags

We hebben een nieuw product. We hebben een nieuwe social media manager aangenomen. We hebben …. I don’t care! Of toch in 95% van de gevallen interesseren dat soort zaken me niet. Maar wat moet je als bedrijf dan in je e-mails naar je klanten gaan opnemen? Heel simpel: iets waar de WIIFM-factor in zit. De What’s in it for me factor.

1. Leer mensen iets

 

Als er iets is dat we altijd willen blijven doen, dan is het beter worden. Leren, begrijpen, toepassen. Dus als er iets is waar je mensen altijd over kunt (wakker)mailen, dan is het wel om ze iets nieuws bij te brengen. De eerste opmerking die dan in je op komt is: ja, maar over onze business kunnen we de mensen niet echt iets leren. Als je een online retailer bent, dan denk je: wat kan ik mensen nou leren over schoenen, of kleding, of… Nou, je hoeft ze niet per se daarover wat te leren. Maar wat je wel kan doen is ze laten zien (lezen) hoe je schoenen goed kunt onderhouden. Hoe houd je het leer in goede staat. Wat voor grootmoeders wastrucjes heb je om je kleding langer mooi te laten zijn.

Laat zien dat je kennis van zaken hebt. Mensen zullen je e-mails blijven openen en je eerder aanraden bij bekenden. Niet op de laatste plaats blijf je zo top of mind.

2. Relevant op het juiste moment

 

 

Ook wel event based marketing genoemd. Je kunt event based marketing verdelen in onder andere de volgende gebieden:

Acquisitie

De bekende tell-a-friend acties. Ze zijn nog steeds toegestaan, maar je moet wel aan 4 voorwaarden voldoen.
1. Je mag geen beloning geven voor het ingeven van het e-mailadres van “de friend”
2. Het moet duidelijk zijn welke “friend” de e-mail heeft verzonden.
3. De verzender moet inzage krijgen in de e-mail die verstuurd wordt.
4. De e-mail die wordt ingegeven mag niet worden opgeslagen en worden gebruikt voor wat voor doeleinden dan ook. (Tenzij die persoon zich vervolgens weer zelf inschrijft.)

Heractiveren van slapende klanten. Als klant niet heeft besteld afgelopen 6 maanden = e-mail sturen met leuk aanbod. Dat zou je in het kort kunnen doen om klanten te heractiveren. Of juist andersom: u heeft 6 maanden geleden een bestelling geplaatst (of iets anders wat voor jouw bedrijf van toepassing is) maar sindsdien niets meer gedaan. Hoe komt dat? Kunnen we iets verbeteren, etc.

Response campagnes. Vaak lage kwaliteit van inschrijvers, maar wel een mooie manier om snel je database (of een apart deel van je database) aan te vullen met nieuwe leden. Geef iets weg, een iPad bijvoorbeeld, onder de inschrijvers van de nieuwsbrief. De inschrijvers kun je vervolgens blijven mailen met andere aanbiedingen. Is toch wel een beetje een matige manier van e-mailmarketing. Maar hij werkt nog steeds.

Ontwikkeling

Amazon is hier een kei in. Zij houden heel goed bij in welke onderdelen van de site ik dingen koop. Vervolgens sturen ze me aanbiedingen op basis van die eerdere aankopen. Heeel vaak zit daar iets bij dat ik wil hebben. Heeel vaak open ik daarom die emails, omdat ik weet dat het relevant is voor me. Heel commercieel, maar werkt als een speer.

Je kunt de klanten die weinig kopen proberen over te halen meer te kopen in je online winkeltje, maar waarschijnlijk werkt het beter om de klanten die meer kopen, nog meer te laten kopen. Of probeer inzicht te krijgen in de manier waarop je klanten kopen. Zijn er bepaalde, vaste, stromen die klanten kiezen. Kopen ze eerst dit vervolgens dat en daarna dat? Help ze die weg te vinden door ze de weg te laten zien in je e-mailcommunicatie.

De abandon cart e-mail is ook een goede manier om te proberen klanten zover te krijgen alsnog de aankoop te doen. Wees alleen niet te commercieel en geef mensen de mogelijkheid zich hiervoor uit te schrijven. Vraag mensen waarom ze (nog) niet hebben gekocht, ipv ze te pushen tot het afmaken van hun bestelling. Ik denk namelijk dat het meer waardevol is om op termijn je bestelproces te kunnen verbeteren door opmerkingen van klanten waarom ze niet kochten, dan dat het afmaken van één bestelling je zal opleveren op de korte termijn.

Retentie

Beloon loyaliteit met…? Korting, aanzien, een persoonlijke aanbod, etc. Credit card maatschappijen zoals American Express belonen hun klanten voor het doen van aankopen met hun CC via punten. Vliegtuigmaatschappijen zijn de andere grote jongens die zich bezig houden met loyaliteitsprogramma’s.

Korting is de makkelijkste beloning. Koop iets (voor minimaal x Euro) en krijg de volgende keer y Euro korting.

Aanzien is al wat lastiger. Maar wat dacht je van een crowd sourcing idee dat mensen jouw nieuw commercial mogen bedenken en dat op Youtube zetten. De beste wint een mooie prijs en krijgt eeuwige roem dat zijn of haar video als beste uit de bus is gekomen. Een onderdeel van de communicatiemix is natuurlijk e-mail.

Een persoonlijk aanbod kan al heel eenvoudig door klanten te vragen wat ze willen. Korting op product x, gratis product y, of nog iets anders.

Retentie kun je ook toepassen door klanten een aanbod te sturen van een aangrenzende categorie dan waar ze normaal gezien hun aankopen doen. Koopt een klant vaak schoenen? Dan zullen ze een paar sokken misschien ook wel waarderen. Veel jurkjes gekocht? Dan misstaat een panty misschien ook niet. 6 maanden eerder een bestelling gedaan in die categorie? Dan is het misschien wel opnieuw tijd om een klant te bewegen richting een nieuwe aankoop in die categorie.

3. Geef je [product, dienst, klant] een gezicht

 

 

Er zijn al zoveel producten en diensten op deze planeet. Maar bijna geen enkel product of dienst heeft een echt gezicht. Durf de verantwoordelijke naar voren schuiven en hem of haar wat te vertellen over zichzelf en over hoe het product tot stand is gekomen, ipv: We hebben een nieuwe XYZ ontwikkeld, koop nu! te roepen in e-mails. Als je iets persoonlijk maakt, een gezicht geeft, dan wordt het ook meteen een stuk leuker. Het wordt niet alleen leuker om te kopen, het wordt moeilijker om er afstand van te doen. Je krijgt namelijk een band met iemand. Niet met een product. Dus als er een keer een fuck-up wordt gemaakt, dan wordt die veel makkelijker weer vergeven en vergeten.

Ga eens langs bij je klanten (als ze dat op prijs stellen) en vraag ze waarom ze klant zijn geworden. Vraag ze ook waarom ze bijna geen klant zijn geworden. Geef je klant, product of dienst een gezicht en laat dat zien op je site en in je emails.

Weet jij nog “nieuwe” manieren van nieuwsbrieven. Niet die standaard we hebben weer wat nieuws voor je in deze nieuwsbrief, dat niemand leest. Maar echte leuke dingen die je in je nieuwsbrief verwerkt? Laat dat dan achter in een reactie op dit artikel.

Test

No tags

Het viel me steeds vaker op dat veel mensen de anatomie van een “normaal” zoekwoord in Adwords verwarren met dat van een uitsluitingszoekwoord. Niets is minder waar. Daarom geef ik in dit artikel duidelijk uitleg over wat je nou precies uitsluit bij welk type uitsluitingszoekwoord.

Zoals iedereen weet heb je bij Google Adwords verschillende targetting-types. Breed, “zinsdeel”, [exact] en +aangepast +breed +targetten.

Bij het brede targetten: Fiets, kan je advertentie vertoond worden bij zoekopdrachten zoals: fietsen, fietsbel, maar ook vervoer, ov, bus, etc. Heel erg breed dus.
Bij het zinsdeel targetten: “fiets”, kan je advertentie vertoond worden bij zoekopdrachten fietsen, fietsbel, fietsje, maar niet vervoer, ov, bus, etc.
Bij het exact targetten: [fiets], kan je advertentie enkel en alleen vertoond worden bij de zoekopdracht fiets.

Dezelfde targetting-types heb je ook bij uitsluitingszoekwoorden, alleen ze doen andere dingen dan je zou verwachten.

Zinsdeel en exact targetten gaat per mei 2012 trouwens op de schop. Op dat moment zal er standaard “breder” getarget worden. Het exacte zoekwoord [fiets] zal dan ook een advertentie vertonen als mensen zoeken op feits of fietss. Meer daarover lees je hier.

Ik ga verder over de uitsluitingszoekwoorden. Waar je bij -[fiets] (het exacte uitsluitingswoord fiets) eigenlijk het tegenovergestelde doet als bij [fiets] en waar dat bij zinsdeel ook zo is, is dat bij brede uitsluitingszoekwoorden heel anders. Je zou verwachten dat wanneer je -fiets uitsluit je ook ov, vervoer, fiets en fietsbel uitsluit. Niets is minder waar. Je sluit alle zoekopdrachten uit waarbij het exacte zoekwoord [fiets] voorkomt. Dus bijvoorbeeld: nieuwe fiets kopen, oude fiets verkopen. Maar niet: fietsen verkopen, of fietsje. Je zou anders verwachten…

Google is echter heel summier over haar uitleg m.b.t. het uitsluitingszoekwoord. Je hebt daarnaast nog een andere keuze bij uitsluitingszoekwoorden. Voeg je ze enkel toe in de advertentiegroep, of in de hele campagne? Ik kan me voorstellen dat er best wat zoekwoorden zijn die je over de hele campagne, of heel je account wilt toevoegen. Denk hier dus ook over na en maak (bv in Excel) lijsten met uitsluitingszoekwoorden die je over je hele account wilt toevoegen

Bedenk dus goed dat er op deze manier grote hoeveelheden van brede uitsluitingszoekwoorden zijn die je kan toevoegen aan je account. Wees daar niet te scheutig mee, het kan je veel geld besparen en meer opleveren doordat je beter target op zoekopdrachten die voor jou relevant zijn!

No tags

Facebook heeft een tijdje geleden zijn nieuwe Timeline geïntroduceerd. 30 maart is de dag dat iedereen over gaat naar de nieuwe interface. Je kan dus maar beter voorbereid zijn op wat er gaat veranderen. Wat de voor- en nadelen zijn van de nieuwe timeline lees je in deze blogpost.

Laten we beginnen met het grootste nadeel: je hebt geen default landing tabs meer. Je kan gebruikers dan ook niet meer “sturen” en automatisch naar een bepaalde tab laten gaan. Deze functie werd waarschijnlijk te vaak ge/misbruikt.

In de nieuwe timeline kun je wel berichten pinnen. Je kan ze dus standaard bovenaan je timeline zetten als jij ze belangrijk genoeg vindt. Zo kun je dus weer op een andere manier mensen “sturen” naar de voor jou belangrijke tabs te gaan.

In plaats van de tabs die vroeger aan de rechter kant stonden, krijg je nu “tiles” die bovenaan je pagina staan. De ideale grootte voor de tiles is 111 x 74px. Gebruikers kunnen er maximaal 4 standaard zien en je kan er tot 12 maken. Kies dus bewust voor welke tiles je de eerste 4 maakt, want die worden het vaakste bezocht.

Er wordt een klein deel van de pagina gereserveerd voor fans die direct op je timeline een bericht kunnen achterlaten. Je kan dit echter uitzetten door onder het admin panel naar manage, edit page, manage permissions en de instelling show messages button on page te veranderen. Standaard staat deze optie aan.

Je contactinformatie staat nu direct onder je logo op je timeline. Bovenaan je timeline heb je nu plek voor een grote banner van 851 bij 315px. Let op dat in de nieuwe richtlijnen die ook op 30 maart van kracht worden, wordt gezegd dat je niet meer mensen mag vragen om je page te liken, noch mag je prijzen van bv producten in je banner tonen.

Een andere leuke optie is de milestones. Dit zijn belangrijke mijlpalen van je bedrijf of je page die je kan taggen op Facebook. Door ze een ster te geven wordt je post dubbel zo groot en rekt deze over heel je timeline uit. Je kan dan een grotere afbeelding gebruiken van 843 x 403px.

No tags

Ik heb net even met Al-Qaeda gebeld en ze gevraagd hoe zij een virus zouden verspreiden die zoveel mogelijk mensen raakt. In dit artikel doe ik hun geheimen uit de doeken om jou te helpen een betere viral te maken die zich sneller verspreid en meer bereik krijgt. Geheimen die jou helpen je content beter te verspreiden en gedeeld te krijgen. (Voor de naïevelingen: ik had het nummer van Bin Laden, maar hij neemt al een tijdje niet meer op. Ik heb dus niemand kunnen bereiken daro.)

Het terreurnetwerk heeft me 6 ingrediënten gegeven voor jouw perfecte Viral.

1. Besmettende inhoud (het virus zelf)

Witte bloedlichaampjes kunnen 1 ding niet verdragen en worden er gek van: een virus dat ze nog niet kennen. Ze willen het leren kennen, assimileren en die kennis overdragen aan alle witte bloedlichaampjes in het lichaam. En dat geld ook voor potentiële ontvangers van jouw virus. Als iemand iets niet kent, verbaasd is, “ge-wowt” wordt, dan loopt hij of zij besmettingsgevaar op. En als ze eenmaal besmet zijn, dan gaan ze jouw virus ook weer snel verspreiden. Een paar concrete voorbeelden:

  • Speel in op het egoïsme. Iedereen is egoïstisch. Doe-daar-wat-mee. Alex deed dat onlangs om, in samenwerking met LinkedIn, de beurswaarde van jouw connecties op LinkedIn te berekenen. Je kon dus zien hoeveel jouw connecties waard waren. Probeer het zelf, hier. Mijn beurswaarde was hoger dan die en die…
  • Shokeer mensen. Laat ze iets zien dat ze niet verwachtte. Dit filmpje van X-Travel was een succesvolle viral in Nederland:
  • En wie kent deze niet van Hyves. Interactief, maakt gebruik van foto’s van je vrienden, naam, adres. Het lijkt net echt (als je 12 bent). Toch erg leuk gevonden en natuurlijk fantastisch om te delen:

2. Maak goede vectors (De besmettingsfactor)

Als je kijkt naar een besmettelijk virus, dan kijkt men in de biologie naar vectors. Er zijn 5 onderdelen in een vector en elk van die onderdelen kun je optimaliseren om er voor te zorgen dat mensen jouw viral nog sneller verspreid wordt.

  1. Veiligheid inbouwen: biologen zorgen ervoor dat wanneer ze virussen maken, ze het genoom van het virus op zo’n manier “verbouwen” dat het virus zich niet zonder hulpvirus kan verspreiden. Het kan één keer een cel binnen dringen en besmetten, maar het kan zich niet zonder hulp vermenigvuldigen. Jij zorgt er natuurlijk voor dat jouw viral geen hulp nodig heeft om te verspreiden. Het moet mensen dus heel makkelijk gemaakt worden om het te verspreiden en om het aan zoveel mogelijk mensen te verspreiden. Denk aan de bekende social bookmarking buttons, maar ook aan incentives om het door te sturen. Geef mensen een persoonlijke url. Degen die de meeste mensen via hun url weer weet te “besmetten” maakt kans op…
  2. Toxiciteit: in hoeverre spreekt het de psyche van de mens aan om jouw viral door te sturen. Hoe hoger het besmettingsgevaar, hoe hoger de kans dat het wordt doorgestuurd. Dit is hierboven al even aangestipt. Denk aan het egoïsme van de mens, de nieuws-factor, de “Ik-vond-dit-het-eerst”-factor, de coolheidsfactor.
  3. Stabiliteit: in hoeverre heb je een veranderende virus. Als iedereen dezelfde video te zien krijgt, heb je minder kans dat het wordt doorgestuurd dan als iedereen iets anders te zien krijgt. De Hyves viral is daar een perfect voorbeeld van. Niemand kreeg dezelfde viral te zien.
  4. Cell type specificiteit: moeilijk woord voor -> spreek een zo groot mogelijke doelgroep aan. Dit is moeilijker gezegd dan gedaan. Oma en opa zullen niet echt warm worden van de Hyves en X-travel viral. De jeugd des te meer. Je kan hier twee kanten op gaan. Spreek heel bewust een bepaalde doelgroep aan. Je bereikt daarmee een heel groot bereik en grote kans dat onder die doelgroep jouw viral flink wordt doorgestuurd. Spreek je een heel breed publiek aan, dan is het aantal “cellen” dat je kan besmetten veel groter. Je hebt dan wel een super, super goed virus nodig.
  5. Identificatie: zien wie er besmet is en wie niet, zodat het virus beter onbesmette “cellen” kan vinden en besmetten. Als je 10 keer dezelfde viral krijgt doorgestuurd, dan baal je daar als ontvanger van, maar ook als zender (en als ontwikkelaar) van het virus. Probeer bv in een systeem bij te houden aan welke e-mailadressen de viral al is doorgestuurd. Op die manier kun je mensen die het willen doorsturen “waarschuwen” dat de ontvanger het virus als heeft gekregen en vergroot je de kans dat de verzender andere ontvangers selecteert. (Ego-pleaser)

3. Vind organen die jouw virus snel kunnen verspreiden (De besmetter)

Als je jezelf in je vinger prikt, duurt het veel langer voordat dat bloed je hele lichaam is rondgepompt, dan wanneer je iets direct in je hart, lever of longen injecteer. Het orgaan waar het virus dus wordt losgelaten heeft veel invloed op de snelheid van het verspreiden door het “bereik” van dat orgaan. Betrek daarom belangrijke besmetters bij jouw viral. En dat zijn niet altijd jouw klanten of directe doelgroep. Ook hier komt de ego-factor weer om de hoek kijken. En je hebt natuurlijk iemand nodig die een enorm bereik heeft. Toen Justin Bieber een foto Tweette die hij had genomen met de app Instagram, explodeerde het gebruik van Instagram. Allemaal door één Tweet. Selecteer jouw orgaan, of organen dus met veel zorg. En zorg er voor dat je ze kunt pleasen en ze ook een “What’s in it for them” geeft. In het geval van Justin Bieber hebben de makers van Instagram niet eens contact met hem gehad. Justin wilde het gewoon proberen en bam, het resultaat was heel veel nieuwe Instagram gebruikers. (Verder heb ik een hekel aan Bieber)

4. Herbesmetting

Jouw virus is natuurlijk: not made to kill. Maar wel made to spread. Je wilt de cellen dus niet één keer besmetten, maar 2,3,10,100x. En hoe doe je dat? Kijk naar de enorme rage die Farmville heeft veroorzaakt. Hoe kon dat zo komen? Omdat je eerst een klein boerderijtje kon maken en toen een grotere en toen een koe er op zetten en toen een varken. En iedere keer dat je wat deed, zagen al je FB vrienden het. Met Foursquare hetzelfde. Het is niet alleen een “waar ben ik en wat doe ik app”. Je kunt er ook badges verdienen en sommige van die badges zijn erg gewild. Zoveel keer ergens inchecken: badge. Zoveel keer snachts inchecken: badge. Zoveel keer op dezelfde plek inchecken (en als vaakst in de afgelopen 3 maanden) dan word je burgemeester van die plek. Probeer dus mensen niet één keer van je viral gebruik te laten maken, maar geef ze redenen om terug te komen en zich (en daarmee ook andere) opnieuw te besmetten met jouw virus.

5. Verspreidingsmethodes

Als virussen echt groot willen worden en bij de categorie H1N1 (het vogelgriepvirus) willen horen, dan moet je het virus de mogelijkheid geven zich op verschillende manieren te verspreiden. Door de lucht, via het bloed etc. Online verspreiden gaat natuurlijk heel anders. Je moet eerst bekijken wat de beste methode(s) zijn om jouw viral te verspreiden. Doe je dat via Twitter, Facebook, Hyves, e-mail, … Bedenk goed waar jouw doelgroep en mensen die geïnteresseerd zijn in jouw viral “rondlopen” en pas de verspreidingsmethode daar op aan.

Advertenties inzetten werkt vaak bijvoorbeeld minder goed. Het is niet “genuine” en zal daarom ook veel minder snel worden opgepakt dan wanneer je het via een vriend of collega ontangt.

6. Doctor inzetten

Als je wilt dat je een goed virus krijgt die zich blijft ontwikkelen en zoveel mogelijk slachtoffers maakt, dan heb je iemand nodig die verantwoordelijk is daarvoor. Iemand die zich ontfermt, niet alleen over de cijfers, maar ook over het virus zelf. Zorg ervoor dat hij of zij de juiste dingen meet en de dingen juist meet. En nog belangrijker: wat wil je meten en wat wil je met die data doen? Enkel een statistiekje met bezoekers zegt zo weinig. Stijgt je verkeer naar je site in de maanden na de viral consquent? Is je (ongeholpen) naamsbekendheid gegroeid? Heb je meer leads, meer nieuwsbriefinschrijvingen en meer sales? Zijn ze ook echt via die viral geconverteerd? Maar ook: crisismanagement. Als je virus opeens ophoud met verspreiden, wat voor acties kunnen er dan worden uitgevoerd? Wat doe je met kritiek? Wat doe je met succes? Hoe ga je om met vragen, heb je daar voldoende capaciteit voor? Als mensen je Twitter en Facebook account volspammen, hoe ga je daar op reageren? Nestlé wist daar in elk geval geen raad mee.

Voldoende denkwerk om even mee bezig te zijn dus. Wie worden je doctor(s) en wat gaan hun taken precies worden. Eén ding is zeker: met de ingrediënten in dit artikel heb je de perfecte cocktail om een viral te laten slagen. Nu nog een idee voor een viral! En de uitvoering hé… :)

Ken jij nog leuke ingrediënten om een viral te laten slagen? Of heb je of ken je nog leuke voorbeelden van virals? Laat een reactie achter!

No tags

Captcha’s, wie kent ze niet. Voor de gebruiker irritante vragen die gesteld worden om te controleren of je wel een mens bent. Want dit is waar Captcha’s  voor staat: Completely Automated Public Turing test to tell Computers And Humans Apart. En dit zijn enkele voorbeelden van die irritante Captcha’s:

 

En zo worden er ook genoeg grappen over verteld:

Wat ik wil zeggen: er is maar 1 reden om het in te voeren: Spam voorkomen. Er is ook maar 1 reden om het niet in te voeren: gebruikersvriendelijkheid. Maar er zijn genoeg manieren om toch geen Captcha in te voeren en toch je website/formulier voldoende te beveiligen tegen Spam. Het zijn eigenlijk allemaal relatief eenvoudige technische ingrepen die je webmaster kan toepassen.

1. Leid de spambot om de tuin

Als je in de code kijkt van je formulier, zul je vaak als “name” bij de input type van het invulveld bv e-mail zien staan. Spambots lezen die code en weten op die manier wat ze moeten invullen. Gebruikers daarentegen lezen die code niet. Die kijken alleen maar naar wat ze zien op de pagina en daar zien ze (eventueel zelfs met een afbeelding) het woord e-mail staan. Stap 1 is dus het veranderen van dat “name” attribuut. Je verandert e-mail in name en name in e-mail. Als er dan vervolgens een e-mailadres wordt ingevuld bij de naam, dan weet je dat je met een spammer te maken hebt en kun je het formulier regelrecht in de prullenbak gooien.

2. Lok de spambot in de val

Je kunt een hidden tekstveld invoegen in de code. Gebruikers zien dat niet, maar spambots wel. Je zet in dat, voor de gebruikers niet-zichtbare, tekstveld een standaard woord/zin. Bijvoorbeeld: Vervelende spambot! GA WEG! Als er vervolgens iets is aangepast aan die tekst als het formulier is ingezonden, dan weet je dat je te maken hebt met een Spambot. En ja hoor, het formulier mag weer genegeerd worden.

3. Validatie en foutafhandeling toevoegen

Een e-mailadres bestaat altijd uit een paar karakters voor de @, de @ een paar karakters na de @ een . na die karakters en na die . nog een paar karakters. (om het eenvoudig te houden) Zo bestaat een postcode ook uit een bepaalde combinatie karakters, evenals een telefoonnummer. Als je als land Nederland hebt ingevuld in het formulier en je zet er als postcode 90210 bij, dan weet je al weer dat er een Spammer is langsgekomen. Idem bij e-mail en telefoonnummer. Je weet wat de volgorde moet zijn. Een Nederlands telefoonnummer kan bijvoorbeeld maximaal 10 cijfers bevatten. Vang dat af in de code en je stopt meer Spam.

4. Filter op links

Spambots zijn over het algemeen gemaakt om een url op zoveel mogelijk plaatsen achter te laten en liefst zoveel mogelijk tegelijkertijd. Als je dus ergens 2 of meer urls tegenkomt, terwijl je er maar 1 verwacht, dan weet je bijna zeker dat je met een Spambot te maken hebt. Als je in het naamveld kajsgflsa.com ziet staan (dus een paar karakters, een . en vervolgens nog wat karakters daarna) dan kun je er alweer vrij snel vanuit gaan dat er een Spambot actief is.

5. Akismet

Frietje met? Nee… Akismet. Akismet is gemaakt door de makers van WordPress. WordPress is een gratis CMS dat veel gebruikt wordt om een blog mee te runnen. Ik maak er ook gebruik van én van Akismet. Voor persoonlijk gebruik is het gratis. Gebruik je het bedrijfsmatig dan kost het je 5 hele $’s per maand. Je submit je formulier via Akismet en zij gaan voor jou bepalen of het spam is of niet. Geen Spam? Dan wordt het formulier ingezonden. Akismet is niet alleen voor WordPress maar voor een hele waslijst aan CMS’en. Er zijn standaard plugins voor geschreven en hele biblioteheken ontwikkeld door en voor programmeurs zodat je het eenvoudig in bijna elk CMS kunt implementeren!

Heb jij nog tips om Spam te voorkomen, zonder het gebruiken van die vreselijk irritante Captcha’s? Laat ze gerust weten via een comment op dit artikel!

No tags

Online marketeers zijn een apart volk. Er bestaat geen MBO/HBO opleiding tot online marketeer. Dus al hun (online) kennis moeten ze opdoen in de praktijk. Daar komt meteen reden 1 om de hoek kijken:

1. Neem geen WO-er aan als hij of zij direct van school komt

Universitaire studenten hebben bijna alleen maar een theoretisch achtergrond. Dus wat Kotler of Spierings ook zegt… Die regels zijn heel anders online. Doelgroep denken is voor offline marketeers heel aantrekkelijk. Voor online marketeers denk je niet in doelgroepen, maar in interessegebieden. Want een moeder van 30 kan evenveel geïnteresseerd zijn in autosport als een kerel van 25. Dat is het mooie van online. WO-ers neem je enkel aan indien je een ervaren online markeer zoekt. Neem je hem of haar aan als junior, dan weet je dat je lang bezig bent met “vormen”. WO-ers hebben tot dan toe één ding bewezen: ze hebben doorzettingsvermogen en hebben een bepaalt denkniveau. Ze zijn echter nog ver weg van het online marketing denken.

2. Jouw online marketeer is niet aan het “moonshinen”.

En wat bedoelen we dan met moonshinen? Hij of zij moet zelf sites beheren en ontwikkelen. Geld verdienen via Google Adsense, via bannerdeals of via affiliate programma’s! Als hij of zij geen eigen sites heeft, dan loopt de online marketeer minder tegen de lamp. (Makkelijker om op je eigen site te testen en een penalty te krijgen, dan op de site van je multinational klant.) En minder tegen de lamp lopen betekent minder snel ontwikkelen, minder testen en weten wat wel en niet werkt, en bovenal: jouw online marketeer zal altijd achter de meute aanlopen en nooit nieuwe dingen ontwikkelen en bedenken. Sommige werkgevers zijn huiverig voor dat soort online marketeers en vinden dat juist een reden om de online marketeer te ontslaan of niet aan te nemen. Ik zeg: neem hem of haar juist aan! Naast het feit de online marketeer ruim 8 uur per dag bij jou bezig is met het vak, is hij of zij ook savonds en in het weekend nog bezig met het vergroten van het kennisniveau en verkrijgen van meer ervaring. Natuurlijk spreek je af met je online marketeer dat de websites niet mogen concurreren met je eigen business, maar dat spreekt vanzelf. Er is genoeg te doen online en er zijn heel veel manieren om geld te verdienen met eigen website.

3. Liever weinig ervaring maar wel de wil tot leren

Zoal bij punt 1 al duidelijk werd: er bestaat geen opleiding tot online marketeer. Echte online marketeers leren hun skills niet in de schoolbanken maar op de werkvloer. Een ervaren online marketeer met 5 jaar ervaring en dito opgebouwd ego, kan makkelijk na een jaar al ingehaald worden qua kennis door een jonge ambitieuze schoolverlater die de wil heeft om te leren. Die veel leest op blogs, die veel test en zijn eigen sites heeft. Daarnaast is iemand met weinig ervaring makkelijker te “kneden” binnen je bedrijf. Zeker als je een online marketing bureau hebt, heb je waarschijnlijk een bepaalde werkwijze ontwikkeld. Het is eenvoudiger om de online marketeer met weinig ervaring in die werkwijze mee te krijgen, dan een ervaren online marketeer die dingen op z’n eigen manier doet.

4. Jouw “ervaren” online marketeer heeft niet aan bureauzijde gewerkt

De afgelopen jaren heb ik bij veel opdrachtgevers en klanten gezeten. Bij elk bedrijf waar ik kwam hadden ze online marketeers, maar alle, nou vooruit, bijna alle, online marketeers die ik tegenkwam, werden ingezet als online projectmanagers of online campagnemanagers. What’s in a word (of job title) zul je nu zeggen… Nou, de online marketeers die ik tegen ben gekomen werden gebruikt om de status quo te bewaken. Ja, er werden nieuwe producten toegevoegd. Ja, er werden nieuwe betaalmethodes of verzendmethodes toegevoegd. Ja, er werden Google Adwords campagnes gerund… Maar slechts een enkeling van de online marketeers had echt de kennis en ervaring om tegen het bureau dat de campagnes beheerde een goed weerwoord te hebben om campagnes beter te laten renderen of anders te managen. Of er werd besloten om meer budget in Google Adwords te stoppen, zonder dat er naar de funnel gekeken werd, uit gebrek aan kennis.

Dat laatste illustreer ik even met een rekenvoorbeeld. Stel je hebt 100k bezoekers per maand. 1% conversiepercentage en een gemiddelde orderwaarde van € 100,-. Dat betekent dat die 100.000 mensen ook € 100.000,- per maand omzet opleveren. Het makkelijkste om te zeggen is: laten we meer bezoek inkopen. We kopen 10.000 bezoekers extra in voor € 5.000,- per maand. Dat betekent maar liefst een marge van € 5.000,- per maand. Kosten: 60k jaar. Extra opbrengsten ook 60k per jaar.

Ander voorbeeld: in plaats van extra bezoekers in te kopen, reserveer je 20k om je funnel te optimaliseren. Je gaat je conversiepercentage verbeteren. Door testen kom je er achter dat, door A, B en C aan te passen je conversiepercentage met 1%-punt stijgt. Gevolg: van elke 100 bezoekers converteren er geen 1 maar 2 in een sale. Kosten (ik roep even wat): 20k. Extra opbrengsten 100k. Als je nu extra bezoek gaat inkopen à 60k, levert je dat 120k op, in plaats van maar 60k marge.

Always be testing heeft een mentaliteit en een kennisniveau nodig dat je alleen bij een bureau meekrijgt. Daar word je namelijk als bureau de deur gewezen als je niet maand op maand, jaar op jaar je resultaten verbetert. En dat doe je niet door de budgetkraan verder open te zetten, maar door aan alles behalve die budgetkraan te draaien. Een mentaliteit die maar weinig in-house online marketeers zich kunnen aanleren, doordat ze constant bezig zijn om de status quo te handhaven met allerlei projecten en interne zaken.

5. Jouw online marketeer is geen teamspeler

Als onine marketeer heb je te maken met enorm veel stakeholders in bedrijven. Dat los je niet in je eentje op, daar heb je hulp bij nodig. Hulp van je collega’s of hulp van je klanten. Als je als online marketeer niet die “verbinding” kunt leggen tussen collega’s en andere stakeholders, dan kun je niks voor elkaar krijgen. Een tekst schrijven die vervolgens niet gepubliceerd mag worden omdat legal de tekst afkeurt? Een nieuwe campagne lanceren die niet voldoet aan de communicatierichtlijnen van het bedrijf? Ja, marketing was erg blij met het idee, maar communicatie en PR hadden daar toch echt andere ideeën bij. Als je als online marketeer je weg niet kunt vinden in de burchten van klanten of niets voor elkaar kunt krijgen bij collega’s, dan kun je maar beter stoppen…

Wie kent er nog meer redenen waarom je online marketeers lekker op straat moet laten staan? Ik hoor ze graag! Ook kritische reacties op mijn artikel zijn natuurlijk welkom ☺

No tags

Feb/11

8

SEO persberichten schrijven

In dit artikel behandel ik het hoe, wat en waarom over fatsoenlijke “2.0 persberichten” schrijven. Persberichten die landen bij de (nieuwe) media en linkerati, worden opgepikt door de massa en die je zoekmachine rankings doen toenemen. Wat wil je nog meer als communicatie/pr-afdeling…?

De reden dat bedrijven persberichten verzenden is eenvoudig:

  • Het is goedkoop
  • Je creëert er vaak een groot bereik mee
  • Betrouwbaar(der dan een advertentie)

Dat was helaas de oude manier van denken en doen. Blogs, nieuwssites, persbureaus… Ze worden allemaal overladen door standaard persberichten. Want iedereen heeft het gevonden. Je kan tegen betaling je boodschap verzenden naar duizenden ontvangers. Die zijn het beu om al die verkapte reclame, ongepersonaliseerde boodschappen en grote hoeveelheden e-mail te ontvangen. Dat moet dus anders. Ook richting de media moet er vanuit de communicatie en/of pr-afdeling meer één-op-één gecommuniceerd worden. Ze krijgen tegenwoordig simpelweg meer dan genoeg nieuws om hun site 3x per dag mee te vullen.

Hoe moet het dan wel…. Zo:

1. Personaliseer je persbericht
Je hebt als afdeling als het goed is behoorlijk wat contacten bij de pers, blogs en nieuwssites. En ja ik snap dat je naar het ANP gewoon een “standaard” persbericht stuurt, maar als je effectiever wilt zijn (helaas wel wat minder efficiënt), dien je meerdere gepersonaliseerde persberichten af te vuren. Dat is niet moeilijk… Kost alleen wat extra werk. Naar het FD benadruk je de financiële gevolgen, naar de Telegraaf de “sensatie-waarde”, etc. Laat je persbericht aansluiten op de doelgroep van de nieuwsbron waar je het nieuwsbericht naar toe opstuurt. Stuur je je persbericht naar een linkerati (Iemand die de macht/kracht heeft om de linkstructuur van het web te kunnen bepalen) dan dien je extra selectief te werk te gaan en het begeleidend schrijven (dat je normaal gezien praktisch achterwegen laat) extra te personaliseren. Paaien heet zoiets.

Naast het feit dat degene aan wie je het opstuurt het fijner zal vinden om wat minder massacommunicatie te ontvangen, vinden zoekmachines het ook erg prettig. Je creëert er namelijk minder duplicate content mee. Er staat meer verschillende content op verschillende plekken. En dat vindt Google fijn. Google houdt van unieke content en daar word jij mee beloont door betere posities in zoekmachines. Volg daarbij wel puntje 3 goed op!

2. Alleen tekst is zooo 2010
We leven in een tijd dat tweets, video’s, gadgets, etc. gemeengoed zijn geworden. 99% van de websites waar jij je persbericht naar toe stuurt ondersteund het invoegen van videos, foto’s, etc. Maak daar gebruik van. The web is quick and the users even quicker. Niemand wil mèèr lezen dan nodig en een foto/video zegt meer dan 1000 woorden. Je zorgt er niet alleen voor dat je berichten beter worden gelezen… Je maakt ze ook interessanter voor SEO. Het is namelijk veel leuker/interessanter voor iemand om naar dat persbericht te linken, het te “mentionen”, of te “liken” omdat er ook echt wat leuks te _zien_ valt en niet alleen te lezen.

3. Linken, linken, linken
Alstublieft, knoop het in je oren. De internet marketing afdeling weet dit al lang en zij hopen al tijden dat de communicatie/pr-afdeling het ook eindelijk door heeft: persberichten zijn een ideale manier om te linkbuilden. En waarom wil je linkbuilden? Omdat er meer bedrijven zijn die doen wat jij doet… En Google kan maar één partij op nummer 1 zetten in de zoekresultaten. Dat is de partij die de meeste en de meest kwalitatieve inbound links heeft. (dus andere partijen die naar jouw website een hyperlink hebben geplaatst.) Zet dus altijd in je nieuwsbericht een link naar je eigen website.

En (hier wordt de internet marketing afdeling echt heel blij van): zet de juiste woorden in de anchor-tekst. De anchor-tekst is in het geval van die eerdere link die ik plaatste: hyperlink. Voor jouw toko is dat natuurlijk het product of de dienst die je indirect probeert te sellen in je persbericht. Maar maak dan niet de fout om het de naam te geven die de brandingafdeling (de communicatie-afdeling dus) er zelf aan heeft gegeven. Geloof me: er is geen hond die zoekt op de RapidSecureModule. Het klinkt echt top, maar het is waardeloos voor zoekmachine marketing. Die RapidSecureModule is eigenlijk een slecht woord voor: veilig internetbankieren (ik noem maar wat) en warempel: dat is waar mensen op zoeken in zoekmachines èn belangrijk vinden. Die RapidSecureModule… They don’t care… Ze willen gewoon veilig kunnen internet bankieren.

Laatste tip bij het linkbuilden: link naar de juiste pagina. De productpagina, de pagina waar jij denkt dat de internet marketing het fijn zou vinden om beter op gevonden te worden. (Of vraag het ze even) Geloof me: de homepage krijgt al genoeg links en op je merknaam wordt je toch wel gevonden. Zet die dus vooral niet in een hyperlink: gemiste kans voor een link waar je wel beter door kan scoren in de zoekmachines. Zet niet meer dan een paar links in je bericht en onthoud: hoe hoger in het bericht dat de link staat, des te meer waarde geven zoekmachines aan de link.

Heb je zelf nog meer tips? Post ze dan hieronder als een reactie op dit artikel!

No tags

Robert Cialdini is meester in het beïnvloeden. Zijn boek “Influence”, dat voor het eerst verscheen in mijn geboortejaar (1984), is zijn meest bekende werk. Ondanks dat zijn 6 overtuigingsprincipes, die hij in dat boek bespreekt, al decennia oud zijn, leg ik in deze post uit dat ze prima online te gebruiken zijn.

1. Wederkerigheid
Als iemand ons een plezier doet, dan zijn we zelf eerder geneigd om die persoon een plezier terug te doen. Simpeler kan dat principe niet worden uitgelegd. Als iemand jou een keer een auto uitleent, ben je veel meer genegen om die persoon de volgende keer ook jouw auto uit te lenen. Online werkt dat principe precies hetzelfde.

Online kun je die wederkerigheid op een aantal manieren toepassen:

Een download van een whitepaper. Maak een artikel, learnings, tips, tricks, etc. en bied dat aan ter download. Jij geeft het document cadeau en je vraagt daar natuurlijk wat gegevens voor terug. Zij blij, jij blij. En als je nou leuke dingen blijft geven in die mailing die je vervolgens gaat sturen, kun je een mooie klant aan je binden.

Een ander voorbeeld is iets geraffineerder. Je zou het bijvoorbeeld kunnen toepassen op de betaalpagina van je ecommerce site. Als iemand je website dreigt te verlaten (en er zijn scripts die dat kunnen meten en daar iets mee kunnen doen) kun je inspelen op dat verlaten. Blijkbaar vond die persoon jouw aanbod niet goed genoeg om op dat moment over te gaan tot aankoop. Onderken dat. Laat dat script (zoek maar eens op exitscript op Google) een venster tonen waarin je aangeeft dat je het vervelend vindt dat die persoon jouw site wil verlaten en dat je het begrijpt. Bied vervolgens iets aan. Je hebt namelijk net al wat gegeven, hoe raar dat ook klinkt. Je hebt geaccepteerd dat ze niet gaan kopen. Bied bijvoorbeeld korting aan, of stel de vraag waarom ze niet wilde kopen. Je krijgt dan waardevolle informatie die je weer kunt verwerken op je site.

2. Betrokkenheid en consistentie
Als we eenmaal een bepaald pad zijn ingeslagen, is het heel moeilijk om daar van af te wijken. Dat zit nou eenmaal in de mens. Als je eerst iets kleins vraagt, is het lastiger om op het iets grotere nee te zeggen. Als je meteen dat grotere vraagt, zeggen minder mensen daar ja tegen dan wanneer je eerst dat kleinere had gevraagd. In deze tijd van social media kun je dat principe goed toepassen. Als iemand jouw product/merk/bedrijf “Liked” op Facebook, zitten ze alweer een stapje dichter bij qua betrokkenheid. Als je iets Liked op facebook, is het lastiger om dat in het echte leven te “Haten”. Je bouwt op die manier loyale klanten op. Andere middelen die je bij dit principe kunt toepassen zijn:

– Vraag mensen om een het schrijven van review, het geven van hun mening, of het discussiëren op fora
– Vraag mensen om via video een reactie te geven (met een wedstrijd?)
– Vraag mensen zich in te schrijven voor je nieuwsbrief
– Etc.

3. Social proof
“Als iemand anders het heeft gekocht, dan zal het wel goed zijn…” Toch? Als je beste vriend tegen je zegt dat hij/zij dat product net gekocht heeft, dan ben je toch een stuk sneller overtuigt dan wanneer je alleen naar de reclame van dat product kijkt. Andersom werkt dat natuurlijk ook. Als die beste vriend je afraadt dat product te kopen, koop je het een stuk minder snel. Al zegt hij/zij maar: ik vind het toch niet zo leuk…

Liken, reviewen, raten, downloaden, (re)Tweets, het zijn allemaal social proofs. Geef mensen de tools om daar gebruik van te maken en je zult zien dat je meer gaat converteren.

Booking.com maakt daar mooi gebruik van. Ze geven aan op de hotelpagina wanneer dit hotel voor het laatst geboekt was.

4. Mensen die we leuk vinden
Ik noemde het hierboven al… Je bent eerder geneigd naar je beste vriend(in) te luisteren dan naar een reclamespot. Mensen die jij leuk vindt en/of goed kent vertrouw je eerder dan mensen die wat verder van je vandaan staan. Maar niet alleen mensen die in het echte leven dicht bij je staan kunnen je makkelijker overtuigen, ook andere “gelijkenissen” helpen.

– Je peer-group (gelijkgestemden)
– Mensen die ons leuk vinden
– Mensen die in dezelfde groep zitten
– En de eerder genoemde: mensen die wij leuk vinden/aantrekkelijk vinden/kennen

Zijn allemaal personen die ons kunnen verleiden tot actie. Social media is daar weer een hele sterk middel voor. Facebook maakt daar fantastisch gebruik van. Vriend 1 en vriendin 2 vinden dit leuk. Vriendin 1 en vriend 2 hebben gereageerd… Etc. Etc. Allemaal redenen voor jou om het ook leuk te vinden of er op te reageren.

5. Autoriteit gehoorzaamd
Als ik vraag om te springen, zullen er maar weinig mensen vragen: hoe hoog. Als Amerika vraagt om te springen, zijn er al een stuk meer mensen/landen die zullen vragen: hoe hoog. Zo werkt dat ook online. Als Matt Cutts iets roept over SEO, dan zijn de online marketeers een en al oor. Omring je dus door een autoriteit op jouw gebied. Nou hebben we als SEO bedrijf (en een gelijkaardig persoon voor andere branches) niet allemaal Matt Cutts in dienst… Wel kunnen we dit principe zonder grote namen toch online toepassen.

Een simpel voorbeeld is met foto’s. Als jij online medicijnen verkoopt, dan ga je meer medicijnen verkopen als je op je website een foto van een medisch specialist neer zet, dan wanneer je een foto van een verpleger neer zet. Simpelweg omdat de specialist meer autoriteit heeft. Die zullen we minder snel tegenspreken (lees: niet kopen) dan de verpleger.

6. Schaarsheid
Wie kent ze niet vanuit de supermarkt: Nu 2e product met 50% korting (maximaal 4 producten per persoon). Het is onderzocht en het werkt… En online ook. Dit valt ook een beetje samen met de social proof en het voorbeeld van Booking.com. Als je laat zien dat er al mensen voor je zijn geweest die geboekt of gekocht hebben, dan weet je dat er vraag naar is. Laat je ook nog eens zien dat je nog maar 2,3 kamers/producten beschikbaar hebt, dan gaan mensen minder snel beslissen om de aankoop uit te stellen. Je kunt ook met andere dingen spelen naast aantallen. Aanbiedingen die maar een week, een dag of een uur geldig zijn werken natuurlijk ook…

Succes.

No tags

Om maar meteen de titel van dit artikel enigszins recht te zetten: natuurlijk heb je een (strategisch) marketingplan nodig voor de lange termijn visie. Maar wat je als bedrijf niet moet doen, is er, gezien de nieuwe ontwikkelingen, te krampachtig aan vast willen houden.

In dit artikel leg ik uit wanneer je dat marketingplan naast je neer moet leggen en waarom je, wanneer je dat doet, meer business zult genereren. Houd je namelijk te veel vast aan je marketingplan, dan krijg je alleen maar planmatige marketing. En laat dat nou net iets zijn wat gezien de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van social marketing echt UIT is.

De marketingkalender
Vroegah, om maar populair te beginnen, plande je campagnes. Q1 product launch x met daaraan gekoppeld marketinguitingen daar, daar en daar met GRP’s en doelgroepen. Tegenwoordig bepaalt de consument zelf wat hij belangrijk vindt om op dat moment te zien en mee te maken. Als jij geen leuk aanbod hebt of als je ongelegen komt, dan klikt, zapt of draait de consument je weg.

Stop dus ook met dat plannen en het verzinnen van je volgende campagne. Waarom? Omdat consumenten niet in campagnes denken, maar in behoeftes _hier en nu_. Als je je klanten conditioneert dat ze elke week een nieuwe coupon code op Facebook krijgen om korting te krijgen in je webwinkel, dan verlies je alleen maar geld. Als je daarentegen gaat luisteren naar de behoeftes van potentiële klanten, dan ga je new business creeëren.

En dat luisteren doe je heel makkelijk. Stel bijvoorbeeld een standaard twitter search in op voor jouw business belangrijke woorden of productnamen. Als je dan iemand tegenkomt die (en soms zelfs letterlijk) schreeuwt om een product dat jij verkoopt, dan kun je DIE persoon 1-op-1 een coupon code aanbieden.

Naast het feit dat die persoon erg blij zal zijn met jouw persoonlijke aanbod en daar met plezier van gebruikmaakt, is de kans natuurlijk erg groot dat er ook nog een tweet of 2 aan wordt gespendeerd. Daarmee verhoog je je rendement van die ene 1-op-1 actie meteen met x%.

Wat Foursquare-place-owners nog moeten leren
Als eigenaar van een retailwinkel ben je blij als mensen bij je inchecken via Foursquare. De vrienden van de inchecker zien dat en hij kan het doorplaatsen op Twitter. Soms krijg je als Mayor van een plek een speciale deal, maar nog minder vaak komt het voor dat je ècht goed wordt ingepakt, terwijl het zo makkelijk kan…

Waarom zou je als retaileigenaar je klant niet persoonlijk aanspreken? Dag Yannick, leuk dat je net incheckte via Foursquare bij ons. Ik wil je graag een persoonlijk aanbod doen omdat je je hebt ingechecked.

Dan ga je natuurlijk vliegen als retailer. Want wat gebeurt er? Ik ga èn iets kopen, (Persuasive marketing: Je krijgt iets, dus is het moeilijker om nee te zeggen) èn ik ga er natuurlijk weer over vertellen aan mijn vrienden, familie, twitter-followers, etc. Die ene handshake, me bij mijn voornaam noemen en een persoonlijke aanbieding doen, heeft dus verstrekkende (positieve!) gevolgen.

Blogplanning is zò 2009
Als bedrijf heb je vaak een heel team van mensen die het bedrijfsblog bij houdt en waar op voorhand al is bepaald wat wanneer geschreven wordt. Ook bij blogging geldt dat deze vorm van marketing veel minder goed werkt dan de nieuwe vorm van marketing. De wereld verandert tegenwoordig zo snel dat je wel moet inspelen op nieuwe gebeurtenissen. Laat je dat passeren (op het bedrijfsblog), dan mis je een cruciale kans om autoriteit op te bouwen bij het ontstaan van nieuwe ontwikkelingen.

Power to the people
Elk uur, sterker nog, elke minuut, misschien wel elke seconde is er wel iemand die op zoek is naar een product en dat op twitter kenbaar maakt. Hoe lekker zou het zijn om die persoon een persoonlijke aanbieding te kunnen doen?  Houd je hier wederom vast aan je planmatige marketing, dan zul je deze persoon nooit een aanbod kunnen doen. Luister je daarentegen naar wat er gezegd wordt, dan zou je binnen een paar minuten nadat de tweet is geplaatst al kunnen reageren met een persoonlijke aanbieding.

Geef je personeel, naast het feit dat ze een persoonlijke aanbieding kunnen doen, ook de macht/kracht/autoriteit om die sale te closen. Geef ze de mogelijkheid om die tweet op te volgen met de mogelijkheid om het ook daadwerkelijk te kunnen verkopen.

De krachten van klachten
Dankzij Youp van ‘t Hek is het maar weer eens duidelijk geworden dat er nog een hoop schort bij de grote bedrijven als het gaat om serviceverlening. Heb jij je zaakjes als bedrijf wel op orde? Reageer dan op klachten van mensen die zij over jouw concurrenten hebben. Pak die klacht voor ze op. Wellicht heb jij een veel betere oplossing voor ze?

Je slaat er 3 vliegen mee in 1 klap. Je helpt een prospect, je hebt de mogelijkheid om een nieuwe klant (voor een hele lange periode) aan je te binden en deze gefrustreerde callcenter-beller gaat natuurlijk hetzelfde medium als hij gebruikte om te klagen, gebruiken om te vertellen hoe geweldig jouw bedrijf zijn klacht van een andere partij heeft opgelost. Opgelost…? Vernietigd!

Om een lang, maar boeiend?, verhaal kort te maken
Je kan je wel vast blijven houden aan een of ander strategisch document van mister C-E-O of C-M-O, maar jij, jij ja, hebt de echte invloed op de business. En die business is real time. Maak dat maar eens kenbaar aan je Chief via Twitter. Kijken of ie reageert en er op ingaat. Want daarvoor is natuurlijk wel een cultuurverandering nodig. De top moet daar het goede voorbeeld voor geven…

No tags

Oudere artikelen >>